Hoofdingsafbeelding

Evangelische Kerk Balen

De gemeente Pniel in Balen

Gemeentepredikant: Ds. R. Koreneef


Aan de rand van het idyllische Balen ligt een kerkje met een heel grote verscheidenheid. Evangelisch, Gereformeerd, Pinksteren, al dan niet oecumenisch ingesteld. Iedereen heeft zo zijn eigen plaats in de gemeente Pniël. Met zijn 65 jaar oud zijn heeft de gemeente Balen de oudste wortels in de Kempen. Feit is, dat de gemeente een thuis geeft voor iedereen die zich op de een of andere manier met het Protestantisme verbonden voelt.

De afbeeldingen van Calvijn en Luther kleuren de muur van de kerk in Balen. En dat zegt iets over de gemeente. Aan de éne kant heet zij evangelisch, en wil op die manier in de voetsporen staan van een traditionele verkondiging. Aan de andere kant wil zij eigentijds haar weg vinden om de boodschap van het kruis in deze wereld gestalte te geven.

De gemeente staat nu onder leiding van Ds. Rob Koreneef die zelf komt uit een Hervormd milieu. Ook dat is weer een bewuste keuze geweest van de gemeente Balen. Met vrij veel jeugd in de gemeente wil ze open staan en verbinding hebben met diverse denominaties. De Evangelische kerk te Balen is geaffilieerd met de VPKB

In haar ontstaansgeschiedenis loopt er een lijn naar Engeland. Rev. Gunter die in 1931 als zendeling naar België kwam heeft samen met Ds. Frans De Meester aan de wieg van de gemeente gestaan. Na het overlijden van de eerste predikant heeft Dr. J. VanHees de fakkel overgenomen. Deze ging in 1999 met emeritaat, nadat hij voor de gemeente een staatsherkenning had binnengekregen.
Het kerkgebouw heeft door de loop van de tijd heel wat verbouwingen en opknapbeurten ondergaan. Deels omdat de gemeente steeds meer begon te groeien. Nu wordt de wekelijkse eredienst door praktisch een volle kerk bezocht. Balen als streekkerk heeft door de loop van de tijd naam en bekendheid in de streek gekregen.

Één van de kenmerken is niet alleen dat de gemeente een frisse indruk maakt ondanks haar 60 jaar, maar ook dat ze in de weg van de liturgie het niet schuwt om gebruik te maken van tal van muziekinstrumenten en eigentijdse liederen. Gitaar, piano, dwarsfluit en zangers zijn zo maar een greep waarmee de zondagse dienst wordt opgeluisterd.

Daarnaast vervullen ouderlingen en jeugd een doelbewuste plaats in de eredienst. De dominee blijft de bedienaar van het ‘Woord’, maar maakt in ambtelijke verbondenheid gebruik van de beschikbare gaven en talenten binnen de gemeente.
Naast de eigen gemeente staat de Evangelische kerk in Balen open voor alle vakantiegangers. Met een drietal vakantieparken in de buurt ( Sunparks , Centerparcs Vossemeren, Zilverstrand ) zijn we een soort tweede thuis geworden voor al wie in de Kempen op vakantie is.
Maar de gastvrijheid van Balen strekt zich verder uit. Sinds 2000 is er een heuse diaconale werking ontstaan. Ondersteuning van vluchtelingen, inzamelen van kleding en voedsel zijn voor ons als gemeente heel een normale zaak geworden. Daarnaast is er het zendingsproject in Indonesië, het werk van Ronny Heyboer dat door de gemeente financieel ondersteund wordt.

Ontstaan van het Protestantisme in België - klik hier

De Protestantse Kerk van België, de Hervormde Kerk van België en de Gereformeerde Kerken in België, bereid samen te antwoorden aan hun gemeenschappelijke roeping tot eer van de ene God, Vader, Zoon en Heilige Geest ten begerig het Evangelie beter te dienen in de samenleving van vandaag, ontvangen ah een genade van God de mogelijkheid die hun geboden is, zich te verenigen in een nieuwe Kerk onder de naam van VERENIGDE PROTESTANTSE KERK IN BELGIE.

Om de stichting van de Bond van Protestants- Evangelische Kerken in het Koninkrijk Belgje te begrijpen moeten we de internationale politieke context in acht nemen.
De omwenteling van 1830 heeft uiteindelijk niet gezegevierd op de barricades van de hoofds­tad en in het Brusselse Park. In 1839 was de jonge Belgische staat slechts negen jaar oud en nog maar net aan een fase van consolidering begonnen. De grote mogendheden waren van plan België te vrijwaren en dit voornemen in een internationaal verdrag vast te leggen. De geschie­denis kent deze overeenkomst onder de naam van de twee Verdragen van Londen. Aangezien hij nog altijd hoopte zijn zuidelijke provincies terug te winnen, wees Willem 1 - de voormalige vorst - het eerste verdrag van de hand. Daarna kwam hij tot een nuchtere kijk op de situatie: hij aanvaarde het verlies van het zuiden van zijn koninkrijk. Beide verdragen werden op 19 april 1839 in Londen getekend. Het eerste werd ges­loten tussen Oostenrijk, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Pruissen, Rusland en Nederland en bevestigde de definitieve scheiding tussen de twee delen van het vroegere Koninkrijk der Nederlanden. Het tweede verdrag, het zgn. Verdrag van de XXIVArtikelen, werd op dezel­fde dag getekend en regelde de situatie tussen de twee delen van het vroegere Koninkrijk de Nederlanden. België betaalde de scheiding pe­perduur: de provincie van Nederlands Limburg en het Groothertogdom Luxembourg gingen voor haar verloren. Het gevolg hiervan was dat de toekomstige Synode zestien kerkgemeenten als potentiële lidkerken verloor.
Twee opmerkingen dringen zich hier op. De eerste betreft de nabijheid van de data van de Verdragen van Londen en de stichting van onze Synodale Bond, respectievelijk 19 april en 22-23 april 1839. Deze nabijheid van deze data toont aan dat de protestantse leiders wel degelijk aandacht hadden voor politieke gebeurtenissen in hun internationale context. De onzekerheid over de toekomst van het land was opgeheven, de atmosfeer was weer kalm geworden, des te meer daar de hoge Europese financiële kringen een belangrijke lening aan de jonge staat hadden toegekend. Het is stellig met kennis van zaken dat de stichting van de Kerkenbond geschiedde. Het is dus niet in een achterzaaltje van een kerkgebouw dat de gedachte aan een Synode be­kokstoofd werd. In het volle licht, met de ogen wijd open op de wereld, reikten de afgevaardig­den elkaar de hand, net zoals destijds de Geuzen in 1566 dit gedaan hadden. De tweede opmerking. Alhoewel reeds in 1832 pogingen werden gedaan om een Bond te stich­ten door Frederic ROEDIGER, een predikant uit Saarbrücken, en zijn collega Auguste Vic- tor RICHARD uit Mulhouse, gesteund door Chrétien-Henri VENT uit Denemarken, was de oprichting van de Synode zeker geen zaak van predikanten alleen. Na diepgaande discussies werd een broederlijk akkoord gevonden met de doorslaggevende stemmen van de kerkenraden. Het zijn dus geëngageerde leken die België een nationale protestantse Synode geschonken heb­ben.

De plaatselijke gemeenten, die dikwijls zelfinge­nomen waren met hun eigen onafhankelijkheid, hebben stilaan geleerd in synodeverband te le­ven. De Synode heeft dan ook organen gesticht om haar invloed uitgebreid te laten gelden. Belangrijk hierbij was de oprichting van het Synodaal Comité voor Evangelisatie, een titel die niet helemaal strookt met de werkelijkheid. Allereerst immers zorgde het Comité voor pro­testanten die in een plaats woonden waar geen protestantse kerk gevestigd was en gaf het steun en bijstand aan de diaspora. Vervolgens zorgde het Comité ervoor om naast elke kerk ook een school te openen om zodoende het basisonde­rwijs aan kinderen te garanderen. Mogen we eraan herinneren dat in ons land de schoolplicht pas in 1920 volledige geldingskracht kreeg? Wij citeren twee cijfers. Statistieken tonen dat er van de 241.000 analfabeten die het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden telde, er 218.000 woonachtig waren in wat het Koninkrijk België zou worden. Naast de traditionele zondagsscho­len - een oer-protestantse uitvinding en wel de­gelijk van catechisatie te onderscheiden - hebben onze voorouders basisscholen onderhouden om de intellectuele en culturele toekomst van hun kinderen te verzekeren, waarop zij ontegenspre­kelijk recht hadden. De niet al te talrijke pro­testante kerken hebben met eigen middelen het heersende obscurantisme bestreden. Het Syno­daal Comité heeft ook de verspreiding van de Bijbel onder de gedesillusioneerde roomse ka­tholieken en de zoekende medeburgers weten te bevorderen, waartoe colporteurs op pad werden gestuurd.

Bij het begin van de XXe eeuw had het Belgische protestantisme zijn kruissnelheid bereikt en bes­chikte over een reeks instellingen zoals scholen, weeshuizen en bejaardentehuizen. Die boden de mogelijkheid om de eigen geloofsgenoten te helpen maar tevens om andere medeburgers te steunen. De invasie van ons nationaal grondge­bied door de Duitse keizerlijke legers heeft de vooruitgang van het Belgische protestantisme lelijk gedwarsboomd. De inheemse protestanten waren hierover zeer verbijsterd, te meer daar zij met hun Duitse geloofsgenoten gedurende vele jaren broederlijke banden hadden onderhouden.

Alhoewel de stichting van de Verenigde Pro­testantse Kerk in België slechts in 1979 plaats vond, hebben de fuserende Kerken reeds vroeger broederlijk samengewerkt. De Federatie van Protestante Kerken van België, gesticht in 1923, was een eerste stap naar de fusie toe. Reeds in 1904 had de Vereniging voor der Geschiedenis van het Belgische protestantisme de historici uit de Belgische Christelijk Zen­dingskerk en de Bond van Protestantse Kerken samengebracht. Hun gemeenschappelijk verle­den bestuderen kon plaatsvinden zonder daar­voor de statuten van de deelnemende Kerken te moeten veranderen: dit is een tijdsgebonden uitvlucht. In 1906 werd het Instituut voor dia­conessen in België en later de wijkverpleegsters in de Borinage aan het werk gesteld. Zorgen voor de zieken kon gebeuren zonder de kerks­tructuren te wijzigen: dit was een materiële ui­tvlucht. In 1910 werd de Belgische Vereniging voor Protestantse Zending in Congo gesticht. Plannen maken voor het verspreiden van het Evangelie in Midden Afrika hebben de kerken van het moederland tot fusie niet gedwongen. Dit was een geografische uitvlucht. In 1925 werd het Protestants godsdienstonderwijs in de officiële scholen ingevoerd en zelfs uitgebreid door het Schoolpact van 1959. Deze maatregel was van belang voor alle protestantse Kerken in het land, maar toch hebben ze hun statuten niet aangepast. Dit was een pedagogische uitvlucht. In 1942 gingen de Theologische leergangen van start, voorloper van Universitaire Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid. Hiervoor werd een hooglerarenkorps afkomstig uit de verschillende kerkgemeenschappen samengesteld; dit zonder aan hun interne structuur te sleutelen. Dit was een theologische uitvlucht. Deze verschillende samenwerkingsvormen hebben de eenheids­drang versterkt, zonder inbreuk te maken op de kerkstructuren. Toen uiteindelijk de nationale verantwoordelijken de nutteloosheid van de in­geroepen alibi's doorhadden, kon de stichting van een verenigde protestantse kerk in ons land ernstig overwogen worden.

In 1839 stoelden de synodestatuten op twee fundamenten: een godsdienstige en een morele. De eerste was de Schrift; de tweede de onafhan­kelijkheid en de gelijkwaardigheid van de plaat­selijke gemeenten. De aanvaarding van deze statuten bewijst dat de teksten, die uit de bespre­kingen voortkwamen een algemene goedkeuring hadden weggedragen, alle vrees hadden verjaagd en een instrument vormden voor een gemeens­chappelijk beleid.
Een paar commentaren van afgevaardigden doorgespeeld aan hun kerkenraden, tonen aan dat de oprichtingsvergaderingen van de Bond vreedzaam verliepen en zich in goede verstand­houding afspeelden. Door de jaren heen hebben acht generaties gemeentelijke vertegenwoordi­gers elkaar opgevolgd om de nationale Synode­zittingen van België te houden. Ze zijn samen­gekomen om synodezaken te bespreken en om besluiten te treffen. Zij hebben het gehad over de vorming en hernieuwing van kerkenraden, over de benoeming en afzetting van predikanten en andere punten die de toekomst van de Bond konden bepalen. Deze mannen en vrouwen heb­ben op de school van de democratie de synodale procedures geleerd om voorstellen in te dienen, amendementen neer te leggen en hun stem uit te brengen, waarbij in alle volle gelijkwaardigheid noch predikanten noch leken overwicht bezit­ten. De synodezittingen hebben een zekere tem­po bereikt, waarbij de simultaanvertaling iede­reen toelaat de besprekingen te volgen. Zo tegen wind en stormen en door twee wereldoorlogen heen, heeft de Synode 175 jaar lang een protes­tantse aanwezigheid in dit land verzekerd door de getuigenissen van de plaatselijke gemeenten samen te bundelen, de boodschap van het Evan­gelie te verkondigen en zich uit te spreken door perscommuniqués als de situatie dit vergt.

De schemering, die bij het Franse Keizerrijk opdaagde, kondigde voor het protestantisme de komst van gunstiger omstandigheden aan. Tijdens het kortstondig Verenigd Koninkrijk begon de zon te schitteren. Een ogenblik ver­duisterd, mochten de zonnestralen de wolken doorbreken en licht en warmte neerzenden op een onafhankelijk België als een nieuwe dage­raad van herwonnen vrijheid.

Als een religieuze minderheid het grondwettelijk recht bezit in België onbelemmerd en ongehin­derd naar plicht en geweten te leven, dan staan de protestanten - mannen en vrouwen - borg voor de vrijheid van alle burgers van ons land.

grondwet Geschiedenis